Pers als Reclamebureau.
Pers als Reclamebureau.
Twee open bronnen bood de regering in het debat over Fitna. De hele Tweede Kamer nam daarom terecht de weergave van het kabinet voor waarheid aan: Hirsch Ballin en Balkenende spraken de waarheid en Wilders had gelogen.
Maar niet de parlementaire pers. Nee, in achtervolging op de gunst van een flinke minderheid die vond dat een regering en haar parlement per definitie niet te vertrouwen zijn, zaaide het journaille, Trouwcolumnist Ephimenco voorop, lustig twijfel over de waarheid van de tweevoudige verslaglegging. Wilders had de verslagen immers niet ondertekend. Dat hij dat uit arrogantie had geweigerd, deed er niet toe, het ging de pers om iets anders: lezers trekken door mee te gaan in populisme.
De Nederlandse parlementaire pers ontleent haar bestaansrecht voor een groot deel aan het feit dat wij in dit land een parlementaire democratie hebben. Haar schrijfsels dienen volgens mij altijd daarvan in dienst te blijven staan. Met de verslaggeving over het Fitna-debat heeft de parlementaire pers zich onverantwoordelijk gedragen door zich op te stellen als reclamebureau voor een populistische en ondemocratische debatopstelling.
Tom Stobbelaar
9 april 2008