Home

Tekstschrijver

Van Mierlo krijgt toch gelijk

Van Mierlo krijgt toch gelijk

De bezorgde artikelen van onder anderen Van Thijn over de kloof tussen burger en politiek geven Van Mierlo’s D’66 ideaal van het eerste uur alsnog kleur. Het ideaal dat, wil het ooit echt wat worden met onze democratie, de kiezer iets te vertellen moet krijgen over de samenstelling van ’s lands bestuur. Nu mag de kiezer alleen bepalen wie er zitting mag nemen in onze nationale babbelbox, de tweede kamer, maar een regeringscoalitie onder leiding van Balkenende die haar meerderheid ruim verliest bij de verkiezingen leidt enkel tot terugkeer van diezelfde Balkenende. Omgekeerd kan een regering in Nederland die zeer ruim de verkiezingen wint, niet terugkeren, zoals in 1977 gebeurde. Gebrekkige verkiezingen zijn dat.
In de politieke situatie van de laatste jaren heeft dat betekend, dat Balkenende eerst minister-president was van conservatieve kabinetten met de LPF en met Verdonk erin, maar daarna de voorzitter werd van een gematigd progressieve coalitie, een rol waarin hij het ineens heftig moet afgeven op zijn eigen oud-minister Verdonk en op LPF-kloon Wilders. Een dergelijk gedraai zou niet moeten kunnen.
“Ze doen toch wat ze zelf willen daar in Den Haag”, voor politici is dit citaat van de straat misschien een gruwel, maar het klopt helemaal als je kijkt naar de werkelijke invloed van de kiezer op de samenstelling van regering en op wie er premier wordt. Onze staatsinrichting moet onderhand echt eens worden aangepast op dit punt, ruim veertig jaar na 1966.
Maar er is meer. Wat ik mis in de discussies over de krimp van het politieke midden en over wat Breedveld noemt “het chagrijn van de samenleving”, is de manier waarop de politiek met de ontzuiling is omgegaan. Men heeft gedacht, Kok in de jaren ’90 voorop, dat de ontzuiling betekende, dat dan ook de ideologische veren dienden te worden afgeschud. Terwijl een ontzuild volk juist smacht naar een scherpere herformulering van idealen en een veel duidelijker stellingname dan voorheen. Als mensen niet meer automatisch bij een club horen, dienen ze er voortdurend bij gesleept te worden, en hebben ze veel meer dan voorheen behoefte aan een duidelijke en steeds weer opnieuw geformuleerde visie van de partij waar ze misschien wel op zullen stemmen. Dit is volgens mij de belangrijkste voedingsbodem onder de groei van PVV en SP. De middenpartijen hoeven niet zo ongenuanceerd te zijn als deze buitenpartijen, maar een voortdurend hameren op en schaven aan eigen beginselen is van wezensbelang voor politieke partijen in een ontzuilde samenleving waarin weinig meer vanzelfsprekend is.

Tom Stobbelaar
24 september 2008

Blog